Posts tonen met het label onbewuste. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onbewuste. Alle posts tonen

dinsdag 26 juli 2011

Symbolen, persoonlijke symbolen en collectieve symbolen

Maar terug naar Jung. Er zijn nog een paar dingen die ik met betrekking tot het onbewuste, en de mogelijkheid om een poort naar het verleden te openen, wil behandelen en dat is de rol van symbolen. Volgens de cultuurfilosoof Ton Lemaire (1941 - )  verleent de mens via symbolen een zin aan de werkelijkheid die er ‘van nature’ niet in aanwezig is.[1] Dergelijke symbolen bevatten aanwijzingen over de manier waarop mensen orde aanbrengen in een in beginsel chaotische wereld.[2] Ook Jung ging ervan uit dat het voor het wezen van de mens essentieel is in de waarneming van de buitenwereld steeds een zin te ervaren, iets dat aan de eigen ziel verwant is. Om dat te realiseren creëert de mens symbolen.[3]

Binnen de psychotherapie van Jung wordt een symbool opgevat als een zintuiglijk waargenomen beeld (met inbegrip van de daaraan toegekende betekenis) dat voor de waarnemende mens wijst op iets dat verder reikt dan het waargenomene, iets dat hij zonder dit symbolische beeld niet zou kunnen waarnemen.[4] Objectief gezien kennen we de ons omringende wereld niet, maar we vinden er iets van weerspiegeld in onze ziel. Dit beeld, dat zoals ik het zie de symbolische weergave van de waargenomen werkelijkheid is, omvat tegelijk meer, maar ook minder dan wat in de buitenwereld wetenschappelijk meetbaar is. ‘Minder’ in die zin dat onze zintuigen niet in staat zijn om alle prikkels vanuit de buitenwereld te registreren; ‘meer’ omdat we aan elke waarneming een betekenis en waarde toekennen, er dus iets menselijks aan toevoegen.

Symbolen geven ons de mogelijkheid om onszelf uit te drukken en onszelf weerspiegeld te zien. Symbolen hebben ook niet voor iedereen betekenis, alleen voor hen aan wie het als zodanig verschijnt. Ik moet daarbij aan het afscheid van mijn schoonmoeder denken. Wij hadden een kaartje laten maken met daarop een zon, een hart en een bos bloemen. Samen vormden ze een individueel symbool of, zoals Hermien Embsen en Ton Overtoom het noemen, een persoonlijk symbool[5] dat de overledene karakteriseerde en dat alle aanwezigen, tijdens het afscheid, meteen aansprak. Voor degenen die haar niet hebben gekend zal het symbool echter niet op dezelfde manier betekenis hebben als voor de aanwezigen op haar afscheid. Hierin zit meteen nog een kenmerk van symbolen verborgen. Symbolen kunnen hun verwijzend karakter verliezen en daarmee hun geheimzinnige macht kwijtraken. In het geval van het symbool voor mijn schoonmoeder, dat zal zijn verwijzende kracht verliezen wanneer er niemand meer is om haar te herinneren.

Naast het individuele symbool, dat alleen leeft voor de enkeling of een kleine groep van mensen, worden er in het boek ‘Jung en zijn psychotherapie’ ook collectieve symbolen genoemd. Dit zijn symbolen met een collectieve werking, symbolen die velen aanspreekt en voor hen betekenis hebben. Voorbeelden hiervan zijn sprookjes, volksverhalen, religies en ook kunstwerken. Hierin zitten collectief ontstane beelden waarin symbolen met elkaar zijn verweven. In elementaire beelden wordt de ontwikkeling van de mens weergegeven op seksueel, lichamelijk, psychisch en geestelijk gebied. Daarbij worden tegelijk strategieën aangeboden over hoe kinderen en volwassenen zich in bepaalde situaties dienen te gedragen. Sprookjes en volksverhalen helpen kinderen en volwassenen om in symbolische beelden te ontdekken wat er binnen in hen plaats vindt, waarheen de weg die ze volgen leidt en dat ze die weg niet alleen gaan.

Symbolen zijn voor ons dus om meerdere redenen interessant. Allereerst worden via de zintuigen waarnemingen van de buitenwereld gemaakt en in de binnenwereld weerspiegeld. Hierop worden vervolgens onbewuste zielsinhouden geprojecteerd, waardoor bepaalde symbolen ontstaan. In symbolen zien we dus hoe de buitenwereld en de binnenwereld in het onbewuste zijn versmolten tot een geheel. Dit is zowel een individueel als een collectief proces. Omdat ons bewustzijn niet in staat is het onbewuste direct te benaderen, maar alleen indirect, vormen symbolen de sleutel die de deur naar het onbewuste kunnen openen. Wanneer we met behulp van onze objectieve waarneming, het denken, het gevoel en de intuïtie, het symbool benaderen, bestaat de mogelijkheid dat het symbool zijn geheim prijs geeft. Op die manier kunnen we er in slagen om op indirecte wijze het onbewuste te begrijpen en, belangrijker misschien, om onze ziel te begrijpen. Daarom waren voor Jung dromen ook zo belangrijk, daarin komen we zelf s’nachts in aanraking met symbolen.

Dat we hier met een aspect te maken hebben dat ook in rituelen een belangrijke rol speelt mag duidelijk zijn. Symbolen spelen een hoofdrol in rituelen. Ook zijn rituelen op zich al een geheel van symbolische handelingen. Net als in sprookjes, volksverhalen, religies en kunstwerken brengen wij in rituelen onbewuste psychische inhouden tot uitdrukking, wij projecteren die als het ware op de buitenwereld, waarmee die buitenwereld een spiegel voor ons wordt. Daaruit blijkt dat rituelen dus niet alleen een afspiegeling op kleine schaal zijn van een groter kosmisch gebeuren. Wanneer Jung gelijk heeft zijn rituelen tegelijk een afspiegeling van onze binnenwereld. Wat onze psychische inhouden betreft weten we inmiddels ook dat er via het geheugen en de dragers van de erfelijke eigenschappen ook een relatie bestaat met de psychische basisstructuur van onze voorouders. Wanneer ik nu om me heen kijk in de wereld vertelt mij die niet veel goeds over de onbewuste wereld van de collectieve menselijke ziel. Maar met wat we nu weten komt de vraag op of we dat proces ook ten goede kunnen keren?



[1] Ton Lemaire, Over de waarde van kulturen. Een inleiding in de kultuurfilosofie. (Baarn, 1976) p.381
[2] Henk Driessen en Huub de Jonge (Ed.), In de ban van betekenis. Proeven van symbolische antropologie.
  (Nijmegen, 1994) p. 7
[3] Barz, Jung en zijn psychotherapie. p. 96
[4] Ibidem, p. 96
[5] Hermien Embsen en Ton Overtoom, Hoe zou jij het willen? Persoonlijk afscheid nemen van je dierbare. (Kampen, 2007) p. 80 - 81

zondag 24 juli 2011

De ziel

In ‘Jung en zijn psychotherapie’ valt te lezen dat de ziel zich manifesteert door middel van lichamelijke processen. De ziel is echter niet het lichaam. Men kan ook niet zeggen dat de mens een lichaam en een ziel heeft, de mens is beide, lichaam en ziel. Fundamenteel voor de ziel is het vermogen om de wereld waar te nemen. Door middel van de zintuigen kan de ziel zien, horen, ruiken, proeven en voelen (in de zin van tasten). De wereld om ons heen bestaat uit electromagnetische trillingen. Onze zintuigen zijn in staat die trillingen op te vangen en via ons zenuwstelsel door te geven aan de hersenen. Pas in de ziel ontstaat vervolgens een bepaalde waarneming. Zo is een groene wei dus niet objectief groen (objectief bestaat hoogstens het feit dat dat het gras een bepaalde trilling van het zonlicht weerkaatst). De wei wordt pas groen door de waarnemende ziel van de mens. Zo is het ook met klanken. Objectief zijn dit slechts geluidloze trillingen die pas door onze waarneming het karakter van klanken krijgen.

De ervaringen die de ziel op deze manier opdoet van de buitenwereld worden, met behulp van de hersenen, opgeslagen in ons geheugen. Het geheugen vormt dan ook de basis voor onze psychische continuïteit. Hier vinden we ook weer een belangrijke relatie met de mogelijkheid dat rituelen een brug naar het verleden kunnen slaan, of een poort naar het verleden kunnen openen. In het geheugen liggen namelijk alle ervaringen van het individu opgeslagen, ook de die van vergeten gebeurtenissen. Via de dragers van de erfelijke eigenschappen bestaat er zelfs een verband met de psychische basisstructuur van de voorouders, die slechts indirect voor het bewustzijn toegankelijk is. In de vorm van ons geheugen omvat onze ziel niet alleen het verleden, maar is zo ook in staat zich op de toekomst te richten. Door onze verbeeldingskracht kunnen we ons niet alleen het verleden voor de geest halen, maar ons ook iets voorstellen wat in de toekomst zal plaatsvinden.[1]

Wat ik hieraan interessant vind, is dat hier een mogelijkheid aanwezig is om via rituelen een poort naar het verleden te openen. Stel dat we in rituelen en ook op andere manieren, bijvoorbeeld via spel, vrij associëren of geleide meditatie, contact maken met ons onderbewuste. Wanneer we dat vervolgens in ons handelen en in onze creatieve uitingen laten doorwerken, komen daardoor dan ook al die ervaringen uit ons eigen leven, maar ook die van onze voorouders, naar buiten? Anders gezegd, worden die ervaringen zichtbaar in ons handelen en in onze creatieve uitingen van dat moment? Wanneer dat waar is zou het heel goed kunnen dat in hedendaagse rituelen inderdaad oude heidense rituelen tot leven komen. 

Nog een aanwijzing dat de ziel een verbinding met het verleden kan leggen komt voort uit de ervaring van Jung dat de ziel dingen voortbracht die niet van hemzelf of uit zijn eigen bewustzijn afkomstig waren, maar die zichzelf schiepen en hun eigen leven leidden. Ook voerde Jung gesprekken met fantasiegestalten die niet het product van hemzelf leken. Hij ervoer ze als krachten die niet van zijn eigen zelf afkomstig waren. Een van die figuren waar Jung gesprekken mee voerde was Philemon en deze sprak dingen uit die Jung niet bewust gedacht had. Door die gesprekken werd Jung zich bewust van de ‘werkelijkheid van de ziel’. Door Philemon begreep Jung dat er, buiten zijn bewustzijn, iets in hem aanwezig was dat dingen kon uitspreken die hij zelf niet wist en niet bedoelde, dingen die wellicht tegen hemzelf gericht waren. Tijdens een gesprek met een Indiër, een vriend van Ghandi, realiseerde Jung zich dat deze Philemon een geest uit het verleden was. De Indiër legt hem namelijk uit dat zijn leraar of goeroe Chankaracharya was, de commentator van de Veda’s en dus iemand die al eeuwen lang geleden gestorven was. Deze man had een geest als leraar.[2]

Jung was bekend met het denken binnen stromingen als het Hindoeïsme. Het is interessant om daar zelf ook naar te kijken, al was het alleen maar om te constateren dat daar andere opvattingen bestaan van concepten zoals tijd en ruimte.


[1] Helmut Barz, Jung en zijn psychotherapie. (Amsterdam, 1989) p. 30 - 31
[2] Carl Gustav Jung, Herinneringen Dromen Gedachten.Een autobiografie. Red. Aniela Jaffé (Rotterdam, 1999)  p. 160 - 161